Vastgoedvennootschap oprichten: stappen en keuzes — Fiscaliteit

Jouw all-in opstartpartner

Digitale of fysieke afspraak

Regel je oprichting via een digitale of fysieke afspraak.

Fiscaal en juridisch sterk

We beschikken over de kennis op zowel fiscaal als juridisch vlak om in elke situatie uit te blinken in aanpak en advies.

Persoonlijke aanpak

Het dossier wordt op maat klaargemaakt ter oprichting. Ieder oprichting is uniek.

Exit en vrijblijvend advies

Wij hanteren geen exit-clausules.

Vastgoedvennootschap oprichten: stappen en keuzes

Fiscaliteit
Gepubliceerd op
16
August
2026
Een vastgoedvennootschap is geen aparte rechtsvorm, maar meestal een BV die vastgoed koopt, verhuurt of ontwikkelt. Ze loont pas als financiering, risico en winstbestemming samen kloppen. De vennootschap betaalt doorgaans 25% vennootschapsbelasting, of 20% op de eerste 100.000 euro winst als alle KMO-voorwaarden vervuld zijn.

Wat is een vastgoedvennootschap precies?

Een vastgoedvennootschap is een gewone vennootschap met vastgoed als voornaamste activiteit of vermogensbestanddeel. Ze kan panden aankopen, verhuren, renoveren, ontwikkelen of verkopen.

De term zegt niets over de rechtsvorm. Je kiest nog altijd tussen een BV, NV, CommV of een andere structuur. Die keuze bepaalt onder meer de aansprakelijkheid, bestuursregels, financieringsmogelijkheden en winstuitkering.

Een vastgoedvennootschap is ook geen automatische belastingbesparing. Huurinkomsten en gerealiseerde meerwaarden komen in de belastbare winst terecht. Geld later privé opnemen kan opnieuw belasting veroorzaken.

De structuur werkt vooral wanneer je winst in de vennootschap houdt voor nieuwe investeringen. Wie alle huurinkomsten meteen privé nodig heeft, moet de volledige fiscale keten laten berekenen.

Wanneer is vastgoed kopen via een vennootschap interessant?

Een vennootschap past vooral bij een zakelijke vastgoedportefeuille, gezamenlijke investeringen of een strategie waarbij winsten opnieuw worden geïnvesteerd. Voor één privépand is ze vaak te zwaar en te duur.

Privévastgoed kan in bepaalde verhuursituaties fiscaal gunstiger worden behandeld. In een vennootschap wordt de werkelijke opbrengst belast, na aftrek van beroepskosten die fiscaal aanvaardbaar en bewijsbaar zijn.

Daar staat tegenover dat een vennootschap investeringen, schulden en mede-investeerders overzichtelijk kan structureren. Ze maakt ook een duidelijke scheiding mogelijk tussen exploitatieactiviteiten en privévermogen. Die scheiding is nuttig, maar beperkte aansprakelijkheid blijft onderworpen aan wettelijke voorwaarden en uitzonderingen.

Vergelijk minstens deze vragen voor je beslist:

  • Wil je huurinkomsten privé gebruiken of herinvesteren?
  • Koop je alleen, met familie of met externe investeerders?
  • Gaat het om langetermijnverhuur, projectontwikkeling of regelmatige verkoop?
  • Hoeveel eigen middelen en bankfinanciering zijn beschikbaar?
  • Wil je later het pand verkopen, de aandelen overdragen of de vennootschap vereffenen?

Leg de privéroute en de vennootschapsroute naast elkaar. De pagina met de vergelijking van Belgische vennootschapsvormen helpt bij de juridische voorselectie.

Welke rechtsvorm kies je voor vastgoed?

Voor de meeste vastgoedprojecten is de BV de logische startpositie. Ze combineert flexibele statuten met beperkte aansprakelijkheid, zonder dat die bescherming absoluut is.

BV: de standaard voor de meeste vastgoedprojecten

Een BV past bij verhuurvastgoed, familiale investeringen en projecten met een beperkt aantal aandeelhouders. De statuten kunnen afspraken bevatten over stemrecht, winstverdeling, overdracht en opvolging.

De oprichters moeten wel aantonen dat het aanvangsvermogen past bij de geplande activiteit. Lees daarom eerst wat een BV oprichten in België juridisch en praktisch inhoudt.

NV: geschikt voor grotere investeerdersstructuren

Een NV kan passen bij omvangrijke projecten, meerdere investeerders of een structuur waarin aandelenoverdrachten centraal staan. De governance is formeler. Dat brengt meer organisatie en doorgaans hogere begeleidingskosten mee.

CommV: flexibel, maar met persoonlijke aansprakelijkheid

Een CommV kan nuttig zijn wanneer stille investeerders kapitaal aanbrengen en een beherende vennoot de leiding neemt. De onbeperkte aansprakelijkheid van de gecommanditeerde vennoten maakt deze vorm risicovoller voor vastgoedfinanciering en projectontwikkeling.

Laat de rechtsvorm niet uitsluitend afhangen van oprichtingskosten. Een goedkope structuur die niet bij het project past, wordt duur bij een conflict, herfinanciering of overdracht.

Hoe richt je een vastgoedvennootschap op?

Begin niet bij de notaris, maar bij het investeringsmodel. Het pand, de financiering en de verwachte kasstromen bepalen hoeveel middelen de vennootschap werkelijk nodig heeft.

  1. Bepaal de activiteit. Leg vast of de vennootschap koopt, verhuurt, ontwikkelt, renoveert of verkoopt. Neem voldoende ruimte op in het statutair voorwerp, zonder een ongerichte verzameling activiteiten te maken.
  2. Kies de aandeelhouders en rechtsvorm. Regel stemrechten, winstverdeling, uitstapmogelijkheden en de positie van bestuurders. Bij meerdere investeerders zijn heldere afspraken geen luxe.
  3. Werk het financieel plan uit. Een BV vereist een financieel plan volgens artikel 5:4 WVV. Test minstens leegstand, rentestijgingen, renovaties, onderhoud en tragere verkoop.
  4. Bepaal de inbreng. Dat kan geld zijn, maar ook een inbreng in natura. De inbreng van bestaand vastgoed vraagt een afzonderlijke juridische, fiscale en waarderingsanalyse.
  5. Open de rekening en verzamel de bewijsstukken. Bij een volstorte inbreng in geld is een bankattest vereist volgens artikel 5:7 WVV.
  6. Laat de oprichtingsakte verlijden. Voor een BV en NV gebeurt de oprichting via een authentieke akte bij de notaris.
  7. Regel de registraties. Denk aan de Kruispuntbank van Ondernemingen, het UBO-register en een eventuele btw-identificatie volgens de concrete activiteiten.
  8. Sluit de aankoop en financiering correct af. Controleer opschortende voorwaarden, zekerheden, vergunningen, bodemrisico’s, huurcontracten en technische gebreken.

Een degelijk financieel plan voor je vennootschap is meer dan een formaliteit. Blijkt het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend en volgt binnen de wettelijke context een faillissement, dan kan oprichtersaansprakelijkheid spelen op basis van artikel 5:16 WVV.

Welke kosten moet je begroten?

De kost van een vastgoedvennootschap bestaat uit meer dan de oprichtingsakte. De aankoop, financiering en jaarlijkse administratie wegen meestal zwaarder dan de eenmalige oprichting.

Eenmalige oprichtingskosten

  • Notariële akte en publicatiekosten voor een BV of NV.
  • Begeleiding bij statuten, aandeelhoudersafspraken en financieel plan.
  • Bank- en dossierkosten verbonden aan de financiering.
  • Waardering en verslaggeving bij een inbreng in natura.
  • Onderzoek van vergunningen, bodem, huurcontracten en technische toestand.

Kosten bij de aankoop of inbreng van vastgoed

De fiscale aankoopkosten hangen af van het type pand, de verkoper, de ligging en de toepasselijke regeling. Ook een overdracht van privévastgoed naar je vennootschap kan belastingen en verslaggevingskosten veroorzaken.

Breng bestaand vastgoed dus niet over omdat de vennootschap het later kan afschrijven. Vergelijk eerst de onmiddellijke transactiekost met het verwachte voordeel over de volledige looptijd.

Jaarlijkse en terugkerende kosten

  • Boekhouding, jaarrekening en aangiften.
  • Bankkosten, intresten en kredietwaarborgen.
  • Verzekeringen, onderhoud en herstellingen.
  • Lokale en gewestelijke vastgoedheffingen.
  • Juridische begeleiding bij huur, bouw, verkoop of aandeelhouderswijzigingen.

Bekijk de tarieven voor oprichting en begeleiding voor de beschikbare dienstverlening. De aankoopkosten en financieringslasten moeten per pand en gewest afzonderlijk worden berekend.

Hoe wordt een vastgoedvennootschap belast? Herzien 2026

Een vastgoedvennootschap betaalt belasting op haar werkelijke fiscale winst. Aftrekbare kosten verlagen die winst alleen als ze beroepsmatig, verantwoord en correct gedocumenteerd zijn.

De gewone vennootschapsbelasting bedraagt 25%. Een kleine vennootschap kan 20% betalen op de eerste 100.000 euro winst, mits de voorwaarden van artikel 215 WIB 92 vervuld zijn.

Vanaf aanslagjaar 2027 bedraagt de minimale bedrijfsleidersbezoldiging 50.000 euro en wordt die drempel geïndexeerd. Voordelen van alle aard mogen hoogstens 20% van de totale bezoldiging vormen. Voor de eerste vier boekjaren geldt een uitzondering op de bezoldigingsvoorwaarde.

Hoe haal je winst later uit de vennootschap?

De aankoopstructuur is maar de helft van de berekening. Je moet ook vooraf bepalen hoe huurwinsten en verkoopopbrengsten uiteindelijk bij de aandeelhouders terechtkomen.

  • VVPR-bis: kwalificerende dividenden kunnen na de wachttermijnen worden uitgekeerd met 18% roerende voorheffing, verhoogd van 15% naar 18%. De regeling vereist onder meer een kleine vennootschap, nieuwe aandelen op naam en een volstorte inbreng in geld. Lees de volledige voorwaarden van VVPR-bis.
  • Liquidatiereserve: de aanleg kost een afzonderlijke aanslag van 10%. Voor reserves uit boekjaren afgesloten vanaf 31 december 2025 geldt een wachttijd van drie jaar en daarna 9,8% roerende voorheffing. Binnen de wachttijd geldt 30%.
  • Overgangsregime liquidatiereserve: voor reserves tot en met 30 december 2025 blijft het oude regime van vijf jaar aan 5% bestaan. Er is ook een keuzerecht voor drie jaar aan 6,5%. Binnen de wachttijd geldt 20%.
  • Vereffening: een liquidatiereserve kan bij vereffening worden uitgekeerd met 0% roerende voorheffing volgens artikel 21, 11° WIB 92.

De effectieve druk van het nieuwe liquidatiereserveregime bedraagt ongeveer 18,8%, zodat circa 81% netto overblijft. De juiste keuze hangt af van de beschikbare cash, de geplande uitkeringsdatum en de aandeelhoudersstructuur.

Welke investeringen geven recht op investeringsaftrek?

De investeringsaftrek bedraagt vanaf 2025 standaard 10% en kan oplopen tot 40% voor kwalificerende digitale of groene investeringen. De gewone aankoop van een pand krijgt niet automatisch dit voordeel. Laat per installatie, renovatie of uitrusting toetsen of alle voorwaarden vervuld zijn.

De notionele intrestaftrek is afgeschaft en vormt geen actuele optimalisatietechniek meer.

Bronnen: Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, artikelen 5:4, 5:7 en 5:16; WIB 92, artikelen 21, 11° en 215; Programmawet 2026; FOD Financiën. Fiscale cijfers herzien 2026.


Klaar om je vennootschap correct te starten? Meesters Accountants denkt graag mee, van oprichting tot groei. Neem vrijblijvend contact op.

Vincent Meesters
Ondernemer en fiscaal accountant