Jouw all-in opstartpartner
Regel je oprichting via een digitale of fysieke afspraak.
We beschikken over de kennis op zowel fiscaal als juridisch vlak om in elke situatie uit te blinken in aanpak en advies.
Het dossier wordt op maat klaargemaakt ter oprichting. Ieder oprichting is uniek.
Wij hanteren geen exit-clausules.
VAPZ of IPT: fiscaal voordelig geld uit je vennootschap halen

VAPZ of IPT: hoe haal je fiscaal voordelig geld uit je vennootschap?
Wanneer je als zelfstandige nadenkt over je pensioenopbouw, komen termen als VAPZ (Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen) en IPT (Individuele Pensioentoezegging) al snel op tafel.
Beide systemen zijn interessante bouwstenen, maar alleen als je weet wanneer en hoe je ze inzet. In dit artikel lichten we de verschillen toe, geven we aandachtspunten mee en tonen we waarom niet elke strategie even doeltreffend is.
IPT vs. VAPZ: wat is het verschil tussen beide?
Een IPT is enkel mogelijk binnen een vennootschap: de vennootschap sluit het contract af en betaalt de premies voor haar bedrijfsleider, op basis van een reguliere maandelijkse bezoldiging. Heb je een eenmanszaak, dan valt deze piste dus af.
Een VAPZ staat daarentegen open voor elke zelfstandige: in hoofd- of bijberoep, als meewerkende echtgeno(o)t(e), en ook zonder vennootschap. Je hebt dus geen vennootschap nodig om een VAPZ op te bouwen. Dat is meteen een belangrijk verschil met de IPT.
Vaak wordt het VAPZ gepromoot als een manier om het verschil tussen het pensioen van een werknemer en dat van een zelfstandige te compenseren. Die redenering is intussen genuanceerder: sinds de pensioenhervorming (harmonisering van de pensioenberekening voor zelfstandigen, met afschaffing van de zogenaamde correctiecoefficient) is het wettelijk pensioen van een zelfstandige voor gelijke loopbaanjaren dichter bij dat van een werknemer komen te liggen. Volledig gelijk is het echter niet: verschillen in loopbaanopbouw, minimumpensioenen en de manier waarop inkomsten meetellen, blijven bestaan. Voor je concrete situatie loont een berekening op maat.
Ook los daarvan blijft een VAPZ fiscaal interessant, zolang je de beperkingen begrijpt.
Terugwerkende kracht en timing
Een belangrijk verschil tussen beide systemen is de timing van de stortingen:
- IPT: via een zogenaamde backservice kan de vennootschap premies inhalen voor tot 10 jaar in het verleden. Zo bouw je op basis van historische bezoldigingen in een keer een aanzienlijke pensioenreserve op.
- VAPZ: dit moet je jaarlijks storten. Achteraf bijstorten of inhalen is niet mogelijk. Je hebt dus minder flexibiliteit.
De 80%-regel: wat houdt die in?
De 80%-regel bepaalt hoeveel aanvullend pensioen je fiscaal voordelig mag opbouwen via IPT of VAPZ. Concreet mag de som van je wettelijk pensioen en je aanvullend pensioen (IPT of VAPZ) niet meer bedragen dan 80% van je laatste normale brutojaarbezoldiging (art. 59 WIB 92).
Wordt die grens overschreden, dan riskeer je dat de fiscus (een deel van) de premies als niet-aftrekbaar beschouwt. Zorg dus steeds voor een correcte berekening.
Vroegtijdige opname: interessant, maar met kanttekeningen
Zowel een IPT als een VAPZ kan onder voorwaarden vervroegd worden opgenomen. Dat betekent dat je voor je wettelijke pensioenleeftijd al over het opgebouwde kapitaal kunt beschikken, tegen een gunstig eindtarief.
Sommigen presenteren dit als de manier om "fiscaal vriendelijk geld uit de vennootschap te halen". Wij zijn daar niet van overtuigd. Een vervroegde opname tast je latere pensioenuitkering aan, en er bestaan andere technieken om op een minstens even voordelige en vaak flexibelere manier vermogen uit de vennootschap te halen zonder je pensioen aan te spreken.
Het bekendste voorbeeld is een VVPR-bis-dividend: een dividend dat, mits je vennootschap aan de VVPR-bis-voorwaarden voldoet (kleine vennootschap, aandelen op naam volgestort bij oprichting vanaf 1 juli 2013, statutaire voorwaarden), aan een verlaagde roerende voorheffing wordt uitgekeerd. Let wel op de nuance in 2026: het VVPR-bis-eindtarief bedraagt 18% (roerende voorheffing) en geldt pas op dividenden vanaf het vierde volledige boekjaar na de inbreng. In de opstartjaren geldt eerst 30% en in het derde boekjaar 20% als tussenstap. Het is dus geen onmiddellijk of onvoorwaardelijk tarief.
Combineer je dat met het verlaagde vennootschapstarief van 20% op de eerste schijf van 100.000 euro winst, dan kom je aan een gecombineerde belastingdruk van ongeveer 34% in plaats van de vroeger vaak geciteerde 32% (die nog uitging van het oude VVPR-bis-tarief van 15%). Dat verlaagde tarief van 20% is bovendien niet automatisch: het geldt enkel als de vennootschap een minimale bedrijfsleidersbezoldiging van 50.000 euro toekent (vanaf inkomstenjaar 2026, met voordelen van alle aard beperkt tot 20% van die bezoldiging). Voldoe je daar niet aan, dan is het tarief 25% en loopt de gecombineerde druk op tot circa 38,5%.
Een alternatief spoor is de liquidatiereserve (art. 184quater WIB 92): je legt winst na belasting apart met een afzonderlijke aanslag van 10% bij aanleg, en keert die later uit tegen 9,8% roerende voorheffing na een wachttijd van 3 jaar (verkort van 5 jaar voor reserves uit boekjaren afgesloten vanaf 31 december 2025). Bij vereffening van de vennootschap is er geen bijkomende voorheffing. Effectief kom je zo op een druk van ongeveer 18,8%, of netto ongeveer 81%. Welke route in jouw dossier het voordeligst is, hangt af van je winst, je bezoldiging en je tijdshorizon.
Aandachtspunten bij IPT
- Backservice mogelijk tot 10 jaar in het verleden
- 80%-regel moet strikt gevolgd worden
- Instapkosten kunnen oplopen: verzekeringsmakelaars rekenen soms forse commissies aan bij het afsluiten van een IPT.
- Uit ervaring hebben wij instapkosten van 3% naar 1% kunnen terugbrengen. Stort je 10.000 euro, dan is dat een verschil van 200 euro op die ene storting. Over een volledige loopbaan als zelfstandige loopt dat indicatief op tot enkele tienduizenden euro's. De exacte impact hangt af van je premies en looptijd.
Aandachtspunten bij VAPZ
- Enkel aanlegbaar in het jaar van betaling
- 80%-regel geldt ook hier
- Instapkosten zijn vaak vergelijkbaar met die van een IPT: wees waakzaam
Conclusie
Zowel een VAPZ als een IPT kan een nuttige bouwsteen zijn binnen een fiscaal geoptimaliseerde pensioenstrategie. Maar het loont om verder te kijken dan de klassieke paden. Een goed uitgebalanceerd plan houdt rekening met de timing, de kosten en het volledige plaatje van je inkomsten uit de vennootschap. Wij zoeken een oplossing die zowel op korte als op lange termijn klopt.
Wil je zeker zijn dat je geen kansen mist bij de oprichting en structurering van je vennootschap? Start dan met een gekwalificeerde intake, waarin we je situatie en de fiscale opties samen in kaart brengen. Optimaliseer je een bestaande vennootschap, dan kan een betaald adviesgesprek (100 euro excl. btw per uur) je een gericht antwoord op maat geven.
Compliance & review
- Laatste review: 6 juli 2026
- Reviewer: Vincent Meesters (ITAA 50.621.367), met fiscale-review door Nathalie De Bast (ITAA)
- Belangrijkste bronnen: art. 59 WIB 92 (80%-regel), art. 145 WIB 92 (fiscaal kader aanvullend pensioen), art. 269 §2 WIB 92 (VVPR-bis roerende voorheffing), art. 184quater WIB 92 (liquidatiereserve).
- Voorbehoud: Dit artikel is informatief en geen juridisch of fiscaal advies op maat. Neem voor uw specifieke situatie contact op met een ITAA-erkend accountant.
Vincent Meesters
Ondernemer en fiscaal accountant


