Jouw all-in opstartpartner

Digitale of fysieke afspraak

Regel je oprichting via een digitale of fysieke afspraak.

Fiscaal en juridisch sterk

We beschikken over de kennis op zowel fiscaal als juridisch vlak om in elke situatie uit te blinken in aanpak en advies.

Persoonlijke aanpak

Het dossier wordt op maat klaargemaakt ter oprichting. Ieder oprichting is uniek.

Exit en vrijblijvend advies

Wij hanteren geen exit-clausules.

Wat is een dividend? Eenvoudige uitleg voor startende ondernemers

Fiscaliteit
BV
CommV
NV
VOF
Gepubliceerd op
27
March
2025

Wat is een dividend? Betekenis, belasting en aandachtspunten voor ondernemers

Wat is een dividend precies? Het is een vraag die veel startende ondernemers zich stellen zodra hun vennootschap winst begint te maken. In dit artikel leggen we duidelijk uit wat een dividend is, hoe en wanneer je het kan uitkeren, en wat de fiscale gevolgen zijn in 2026. Inclusief voorbeelden, tarieven en aandachtspunten voor je winstplanning.

Wat betekent dividend?

Een dividend is een uitkering van (een deel van) de winst van een vennootschap aan haar aandeelhouders. Deze winst komt voort uit de activiteit van de onderneming en wordt pas uitgekeerd nadat de vennootschapsbelasting is betaald.

Aandeelhouders kunnen ervoor kiezen om:

  • de winst in de vennootschap te houden als reserve, of
  • de winst (geheel of gedeeltelijk) uit te keren als dividend.

Een dividend kan dus slaan op de winst van het huidige boekjaar, maar ook op eerder opgebouwde reserves. In beide gevallen spreek je van een dividenduitkering.

Voorbeeld: hoe werkt een dividenduitkering?

Stel: je vennootschap behaalt een winst na belasting van €20.000. Je beslist om €10.000 uit te keren als dividend. De vennootschap moet dan roerende voorheffing inhouden. Het tarief hangt af van je situatie:

  • 30% roerende voorheffing als standaardtarief, of
  • een verlaagd tarief als je aan de voorwaarden van VVPR-bis of van de liquidatiereserve voldoet (zie verder).

Concreet, in het standaardscenario:

  • Bruto dividend: €10.000
  • Roerende voorheffing (30%): €3.000
  • Netto voor de aandeelhouder: €7.000

Deze roerende voorheffing is bevrijdend, wat betekent dat je het dividend niet opnieuw hoeft aan te geven in je personenbelasting.

Wat is roerende voorheffing?

Een dividend is een vorm van roerend inkomen, en wordt daarom belast via de roerende voorheffing (art. 269 WIB 92).

  • Standaardtarief: 30%
  • Voorheffing is een directe belasting: ze wordt automatisch ingehouden bij de uitkering
  • Bevrijdend: je hoeft het dividend in principe niet meer aan te geven in je personenbelasting

Wanneer moet roerende voorheffing worden betaald?

De vennootschap die het dividend uitkeert, moet binnen 15 dagen na de toekenning:

  1. Het dividend aangeven via formulier 273A
  2. De ingehouden roerende voorheffing storten op de rekening van de FOD Financiën

Het is de verantwoordelijkheid van de vennootschap om dit correct en tijdig uit te voeren.

Kan je minder dan 30% belasting betalen op dividenden?

Ja. Voor kleine vennootschappen bestaan er wettelijke regelingen om winst tegen een lager tarief uit te keren. De twee belangrijkste zijn VVPR-bis en de liquidatiereserve. Beide zijn geen trucs, maar regimes met strikte voorwaarden en wachttermijnen.

1. VVPR-bis-regeling

VVPR-bis (art. 269, §2 WIB 92) verlaagt de roerende voorheffing op dividenden van kleine vennootschappen, maar bouwt op in de tijd. Het is geen onmiddellijk 18%-tarief:

  • Voor dividenden uit winst van het eerste en tweede boekjaar na inbreng geldt nog het standaardtarief van 30%;
  • Voor dividenden uit winst van het derde boekjaar geldt een tussenstap van 20%;
  • Pas voor dividenden uit winst van het vierde volledige boekjaar en later daal je naar het eindtarief van 18% (verhoogd van 15% via de Programmawet 2026).

De voorwaarden: het moet gaan om een kleine vennootschap, de aandelen zijn op naam en volledig volstort bij de inbreng in geld, en de statuten voldoen aan de VVPR-bis-vereisten. Wie later kapitaal terugbetaalt of de voorwaarden niet naleeft, verliest het voordeel.

2. Liquidatiereserve

Bij de liquidatiereserve (art. 184quater WIB 92) reserveer je (een deel van) de winst na belasting en betaal je de heffing gespreid:

  • Bij de aanleg betaalt de vennootschap een afzonderlijke aanslag van 10% op het bedrag dat naar de reserve gaat;
  • Bij latere uitkering als dividend komt daar roerende voorheffing bij. Sinds de Programmawet 2026 bedraagt die 9,8% (verhoogd van 6,5%) op voorwaarde dat je een wachttijd van 3 jaar respecteert. Die wachttijd is verkort van 5 naar 3 jaar voor reserves uit boekjaren die worden afgesloten vanaf 31 december 2025;
  • Voor oudere liquidatiereserves geldt een overgangsregime: daar blijft een wachttijd van 5 jaar gelden, met 5% roerende voorheffing bij uitkering;
  • Keer je uit binnen de wachttijd, dan geldt een hoger tarief (30% voor het nieuwe regime, 20% voor het oude). Bij vereffening van de vennootschap is er 0% roerende voorheffing bovenop de 10%-aanslag.

Let op: het tarief van de liquidatiereserve (10% aanleg + 9,8% uitkering) is niet hetzelfde als het VVPR-bis-tarief (18%). Het zijn twee afzonderlijke regimes met elk hun eigen voorwaarden.

Vergelijking van de drie uitkeringspaden

Ter illustratie, telkens vertrokken van eenzelfde brutobasis. De cijfers dienen als voorbeeld; je concrete situatie bepaalt welk regime haalbaar is.

  • Standaard (30%): bruto dividend €10.000 → €3.000 roerende voorheffing → €7.000 netto.
  • VVPR-bis (18%, vanaf het 4e boekjaar): bruto dividend €10.000 → €1.800 roerende voorheffing → €8.200 netto.
  • Liquidatiereserve: op €10.000 winst na belasting eerst €1.000 aanslag (10%) bij de aanleg → €9.000 in reserve → na 3 jaar wachttijd €882 roerende voorheffing (9,8%) → €8.118 netto. De totale heffing bedraagt zo ongeveer 18,8%, wat neerkomt op ongeveer 81% netto.

Waarom kan een dividend fiscaal interessant zijn?

Een dividend kan een efficiënte manier zijn om winst uit je vennootschap te halen. In vergelijking met een loon of bezoldiging geldt voor een dividend:

  • Geen sociale bijdragen op de uitkering zelf;
  • Een vast voorheffingstarief (18%, 30% of het gecombineerde liquidatiereserve-tarief);
  • In principe geen bijkomende aangifte in je personenbelasting.

Vergelijk dit met beroepsinkomsten zoals loon of bezoldiging. Die worden progressief belast in de personenbelasting, met schijven die oplopen tot 50% in de hoogste schijf (marginaal, exclusief gemeentebelasting), plus sociale bijdragen als zelfstandige. Die bijdragen bedragen in hoofdberoep 20,5% op het netto belastbaar beroepsinkomen, met een degressief tarief van 14,16% boven een jaarlijks geïndexeerde inkomensgrens en een jaarlijks geïndexeerd plafond waarboven geen bijdragen meer verschuldigd zijn.

Belangrijke nuance: loon en dividend zijn geen los-van-elkaar te vergelijken tarieven. Een marktconforme bezoldiging bouwt sociale rechten op (pensioen, ziekte) en is bovendien vaak een voorwaarde om als vennootschap van het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting te genieten. Zo geldt het KMO-tarief van 20% op de eerste €100.000 winst enkel als de bedrijfsleider een minimumbezoldiging van €50.000 per jaar opneemt (bedrag vanaf inkomstenjaar 2026; voordelen van alle aard mogen daarbij niet meer dan 20% van de bezoldiging uitmaken); anders bedraagt de vennootschapsbelasting 25%. De optimale mix tussen loon en dividend is dus altijd maatwerk.

Wanneer mag je een dividend uitkeren?

Een dividend mag niet zomaar worden uitgekeerd. Voor een BV moet je voldoen aan de dubbele test uit het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (art. 5:142 en 5:143 WVV):

  1. Uitkeerbare winst of reserve beschikbaar
  2. Nettoactieftest (balanstest): het eigen vermogen mag door de uitkering niet negatief worden
  3. Liquiditeitstest: de vennootschap moet haar opeisbare schulden nog minstens twaalf maanden kunnen blijven betalen

De uitkering moet bovendien worden goedgekeurd door de algemene vergadering van aandeelhouders, en het bestuursorgaan moet de liquiditeitstest onderbouwen.

Samenvatting: wat moet je onthouden over dividenden?

  • Een dividend is een winstuitkering aan aandeelhouders, na vennootschapsbelasting;
  • Standaard betaal je 30% roerende voorheffing; via VVPR-bis kan dit dalen tot een eindtarief van 18% vanaf het vierde boekjaar, via de liquidatiereserve tot een gecombineerde druk van ongeveer 18,8%;
  • Een dividend kan fiscaal aantrekkelijk zijn, maar de juiste verhouding tot je loon is maatwerk;
  • De vennootschap moet de uitkering aangeven (formulier 273A) en de voorheffing tijdig afdragen;
  • Je mag enkel uitkeren als je voldoet aan de nettoactieftest, de liquiditeitstest en over voldoende uitkeerbare reserves beschikt.

Hulp nodig bij je winstplanning?

Bij ondernemingoprichten.be begeleiden we je niet alleen bij de opstart van je vennootschap, maar ook bij de winstplanning en fiscale afstemming tussen loon en dividend.

Wil je nagaan welk uitkeringspad in jouw situatie het meest zinvol is? Voor bestaande vennootschappen die willen optimaliseren, kan je een betaald adviesgesprek boeken (€100 excl. btw per uur). Ben je van plan een vennootschap op te richten, dan start je met onze gekwalificeerde intake.

Compliance & review

  • Laatste review: 6 juli 2026
  • Reviewer: Vincent Meesters (ITAA 50.621.367), met fiscale-review door Nathalie De Bast (ITAA)
  • Bronnen: art. 269 WIB 92 (roerende voorheffing en VVPR-bis), art. 184quater WIB 92 (liquidatiereserve), art. 5:142-5:143 WVV (nettoactief- en liquiditeitstest). Tarieven geactualiseerd conform de Programmawet 2026.
  • Voorbehoud: Dit artikel is informatief en geen juridisch of fiscaal advies op maat. Neem voor je specifieke situatie contact op met een ITAA-erkend accountant.

Vincent Meesters
Ondernemer en fiscaal accountant