Jouw all-in opstartpartner
Regel je oprichting via een digitale of fysieke afspraak.
We beschikken over de kennis op zowel fiscaal als juridisch vlak om in elke situatie uit te blinken in aanpak en advies.
Het dossier wordt op maat klaargemaakt ter oprichting. Ieder oprichting is uniek.
Wij hanteren geen exit-clausules.
Zelfstandige gepensioneerde worden

Wil je genieten van je welverdiende pensioen en toch actief blijven? Een activiteit als zelfstandige laat je toe om een aanvullend inkomen te behalen bovenop het wettelijk pensioen en om niet van de ene op de andere dag stil te vallen. De juiste route hangt af van je persoonlijke situatie.
Vaak gaat het om de verderzetting van een bestaande activiteit onder het statuut van gepensioneerde zelfstandige. Dat is perfect mogelijk. Ook zelfstandigen die met pensioen gaan, doen er goed aan stil te staan bij de fiscale en sociale gevolgen.
Afhankelijk van je leeftijd en loopbaan mag je al dan niet onbeperkt bijverdienen. Onbeperkt bijverdienen betekent echter niet dat het bijverdiende inkomen onbelast blijft. De inkomsten uit je zelfstandige activiteit worden immers belast bovenop je pensioen. Omdat je pensioen de onderste belastingschijven al invult, valt dat extra inkomen doorgaans marginaal in de schijven van 40% tot 50%, en dat nog vóór de sociale bijdragen. De sociale bijdragen hangen af van je persoonlijke inkomsten als zelfstandige. Zodra de winst een bescheiden niveau overstijgt, wordt een eenmanszaak daardoor minder interessant, omdat de winst rechtstreeks in de personenbelasting terechtkomt bovenop je pensioen. Een vennootschap kan dan een fiscaal aantrekkelijker kader bieden.
Een vennootschap: fiscaal kader met keuzevrijheid
Voor gepensioneerden die substantieel willen ondernemen als zelfstandige, is een vennootschap vaak een logische stap. De vennootschap is een afzonderlijke rechtspersoon: zij behaalt de inkomsten en draagt de kosten binnen haar eigen vermogen. Je bepaalt zelf welk loon je opneemt. Dat loon is via de personenbelasting belastbaar bovenop je pensioen, terwijl de winst die in de vennootschap blijft, onderworpen is aan de vennootschapsbelasting. Beroepsmatige kosten die je anders privé zou dragen, kunnen binnen de vennootschap in aftrek komen wanneer zij aan de wettelijke voorwaarden voldoen.
Het verlaagd KMO-tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 20% op de eerste 100.000 euro winst (art. 215 WIB 92). Dat verlaagd tarief geldt echter niet automatisch: de vennootschap moet klein zijn in de zin van art. 1:24 WVV én aan haar bedrijfsleider een minimale bezoldiging van 50.000 euro per jaar toekennen (verhoogd van 45.000 euro vanaf inkomstenjaar 2026), waarbij de voordelen van alle aard maximaal 20% van die bezoldiging mogen bedragen. Wordt aan die voorwaarde niet voldaan, dan geldt het standaardtarief van 25%. Voor een gepensioneerde die al een pensioeninkomen heeft, verdient die bezoldigingsvoorwaarde bijzondere aandacht: een bezoldiging van 50.000 euro bovenop het pensioen kan zwaar in de personenbelasting wegen. Of het verlaagd tarief in jouw geval haalbaar en zinvol is, hoort tot de kern van een persoonlijke doorrekening.
Hoe haal je de winst nadien uit de vennootschap?
Winst die in de vennootschap blijft, is na de vennootschapsbelasting nog niet in jouw privévermogen. Om ze uit te keren zijn er verschillende sporen, met elk hun eigen roerende voorheffing:
- Liquidatiereserve (art. 184quater WIB 92): bij de aanleg betaalt de vennootschap een afzonderlijke aanslag van 10%. Keer je de reserve later uit als dividend, dan geldt sinds de Programmawet 2026 een roerende voorheffing van 9,8% (voorheen 6,5%), op voorwaarde dat je een wachttijd respecteert. Die wachttijd is verkort van vijf naar drie jaar voor reserves uit boekjaren die worden afgesloten vanaf 31 december 2025. Voor oudere reserves geldt een overgangsregeling (vijf jaar, tegen 5% roerende voorheffing). Keer je binnen de wachttijd uit, dan loopt de voorheffing op tot 30% (nieuw regime) of 20% (oud regime). Wordt de reserve pas bij de vereffening van de vennootschap uitgekeerd, dan is er geen roerende voorheffing verschuldigd (0%).
- VVPR-bis (art. 269 §2 WIB 92): dividenden uit aandelen die aan de VVPR-bis-voorwaarden voldoen, kennen een verlaagde roerende voorheffing die geleidelijk daalt: 30% in principe, 20% bij uitkering vanaf het derde boekjaar en een eindtarief van 18% vanaf het vierde volledige boekjaar na de inbreng (dat eindtarief is verhoogd van 15% naar 18%). Ook hier geldt de voorwaarde van een kleine vennootschap met aandelen die het VVPR-bis-statuut hebben.
Welk spoor het voordeligst is, hangt af van je tijdshorizon en van de vraag of je de vennootschap op termijn wil vereffenen. Een gepensioneerde die de activiteit slechts enkele jaren wil verderzetten en de vennootschap nadien wil stopzetten, komt via de vereffening van een liquidatiereserve tot de laagste druk. Wie tussentijds wil uitkeren, weegt de liquidatiereserve na wachttijd (9,8%) af tegen VVPR-bis (18% als eindtarief).
Rekenvoorbeeld op 100 euro winst
Onderstaande cijfers vertrekken van 100 euro winst in de vennootschap, met toepassing van het verlaagd tarief van 20% (dus in de veronderstelling dat aan de bezoldigingsvoorwaarde is voldaan). Ze illustreren het verschil tussen de uitkeringssporen:
| Stap | Vereffening (liquidatiereserve, 0% RV) | Uitkering na wachttijd (liquidatiereserve, 9,8%) | VVPR-bis (18% eindtarief) |
|---|---|---|---|
| Winst | 100,00 | 100,00 | 100,00 |
| Vennootschapsbelasting 20% | - 20,00 | - 20,00 | - 20,00 |
| Netto na VennB | 80,00 | 80,00 | 80,00 |
| Aanleg liquidatiereserve (10%) | - 7,27 | - 7,27 | n.v.t. |
| Roerende voorheffing bij uitkering | 0,00 | - 7,13 (9,8%) | - 14,40 (18%) |
| Netto in privé | 72,73 | 65,60 | 65,60 |
| Totale belastingdruk | 27,27% | 34,40% | 34,40% |
De vaak geciteerde totale druk van 27,27% (20% vennootschapsbelasting plus 10% aanlegheffing) geldt dus enkel wanneer je de reserve pas bij de vereffening uitkeert. Keer je tussentijds uit, dan komt de roerende voorheffing er nog bij en beloopt de effectieve druk ongeveer 34%. Ter vergelijking: als eenmanszaak zou een extra winst van 20.000 euro bovenop een pensioen van bijvoorbeeld 24.000 euro marginaal in de schijven van 40% tot 45% vallen, goed voor ongeveer 8.760 euro personenbelasting (circa 44%), nog vóór gemeentebelasting en sociale bijdragen. De vennootschapsroute laat toe die druk te temperen en de uitkering te spreiden.
Aandachtspunten voor gepensioneerden
Een vennootschap is geen wondermiddel. Ze brengt oprichtings-, boekhoud- en werkingskosten mee en loont pas vanaf een bepaald winstniveau. Voor een gepensioneerde spelen bovendien enkele bijzondere factoren: de wisselwerking tussen bezoldiging en pensioen, de bijverdiengrenzen naargelang leeftijd en loopbaan, de sociale bijdragen als zelfstandige, en de vraag of de bezoldigingsvoorwaarde voor het verlaagd tarief realistisch is. Sinds 1 januari 2026 geldt daarnaast de verplichting tot gestructureerde elektronische facturatie (Peppol) voor de meeste B2B-verrichtingen, ook voor kleine vennootschappen.
Of een vennootschap in jouw situatie de juiste keuze is, en welk uitkeringsspoor het meest oplevert, hangt af van je concrete cijfers. In een adviesgesprek (100 euro excl. btw per uur) rekenen we je situatie door en bepalen we de optimale structuur. De concrete tarieven voor een oprichting vind je op onze prijzenpagina.
Compliance & review
- Laatste review: 6 juli 2026
- Reviewer: Vincent Meesters (ITAA 50.621.367), met fiscale-review door Nathalie De Bast (ITAA)
- Bronnen: art. 215 WIB 92 (verlaagd tarief vennootschapsbelasting), art. 1:24 WVV (kleine vennootschap), art. 184quater WIB 92 (liquidatiereserve), art. 269 §2 WIB 92 (VVPR-bis), Programmawet 2026 (roerende voorheffing liquidatiereserve).
- Voorbehoud: Dit artikel is informatief en geen juridisch of fiscaal advies op maat. Neem voor uw specifieke situatie contact op met een ITAA-erkend accountant.
Vincent Meesters
Ondernemer en fiscaal accountant


